Ga naar inhoud
HypotheekJournal · Hypotheken en woningfinanciering
Dagbriefing · live
Alle afleveringen
Leningen en herfinanciering

Hoe de hypotheekrenteaftrek steden onbetaalbaar maakt

Sinds 1990 stijgen huizenprijzen in Amsterdam 40% harder dan elders. Onderzoek toont aan dat de hypotheekrenteaftrek vooral bestaande eigenaren verrijkt – en nieuwe kopers de markt uitjaagt.

Door Mirjam Houten · 15 augustus 2026 · 7 min leestijd

Delen𝕏fin🦋r/
Hoe de hypotheekrenteaftrek steden onbetaalbaar maakt
hans s / flickr (BY-ND 2.0)

De kern - De hypotheekrenteaftrek, bedoeld om huizenbezit te stimuleren, werkt in steden als Amsterdam en Utrecht als een subsidie op de vraag – en drijft zo de prijzen verder op. - Sinds 1990 zijn huizen in de vier grootste steden gemiddeld 40% duurder geworden dan in landelijke gebieden, mede door deze fiscale regeling. - Nieuwe kopers betalen niet alleen de hypotheek, maar ook de hogere prijs die de aftrek mogelijk maakt – een vicieuze cirkel die de toegang tot de markt beperkt.


In 2023 betaalde een huishouden in Amsterdam met een gemiddelde hypotheek van €400.000 maar liefst €12.000 per jaar minder aan belasting dankzij de hypotheekrenteaftrek. Voor hetzelfde huis in Groningen was dat bedrag €8.500. Het verschil is geen toeval: de regeling beloont vooral degenen die al een hypotheek hebben – en maakt steden onbereikbaar voor wie nog zoekt. Terwijl de overheid in 1990 hoopte met deze aftrek de woningmarkt te democratiseren, is het nu een mechanisme dat bestaande eigenaren versterkt en nieuwe kopers naar de rand van de stad drijft.

Een subsidie die de vraag opjaagt

De hypotheekrenteaftrek werd in 1901 geïntroduceerd als een manier om huiseigenaren te ontlasten. Maar pas in de jaren 80 en 90 groeide de aftrek uit tot een volwaardig belastingvoordeel: tot 52% van de betaalde rente kon worden afgetrokken van de belastbare inkomsten. Voor een huishouden met een inkomen van €70.000 en een hypotheek van €300.000 betekende dat in 2000 een besparing van €6.000 per jaar. Dat geld kon direct worden gebruikt voor extra aflossing – of voor een hogere biedprijs op een nieuw huis.

De effecten zijn zichtbaar in de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Tussen 1990 en 2023 stegen de huizenprijzen in de vier grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht) met 240%, terwijl de stijging in landelijke gebieden beperkt bleef tot 160%. Een deel van dat verschil is toe te schrijven aan de groei van het aantal huishoudens en de krapte op de bouwmarkt. Maar onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) toont aan dat de hypotheekrenteaftrek structureel de vraag in steden versterkt: kopers kunnen meer lenen omdat ze minder belasting betalen, en dat drijft de prijzen op.

Regio Huizenprijsstijging 1990-2023 Gemiddelde hypotheekrenteaftrek (2023)
Amsterdam 240% €12.000
Utrecht 230% €11.500
Landelijke gebieden 160% €7.500

Bron: CBS (2024), AFM (2023)

Wie profiteert echt?

De regeling lijkt neutraal: iedereen met een hypotheek kan de rente aftrekken. Maar in de praktijk profiteren vooral huishoudens met hogere inkomens en bestaande eigenaren. Een gezin met een inkomen van €100.000 en een hypotheek van €500.000 bespaart in 2023 ongeveer €18.000 aan belasting. Voor een starter met een inkomen van €40.000 en een hypotheek van €250.000 is dat bedrag €6.000. Het verschil is niet alleen kwantitatief: de starter moet vaak een hogere hypotheek afsluiten om dezelfde woning te kunnen kopen, omdat de prijs door de vraag opdrijft.

Een voorbeeld uit de praktijk: in 2022 kocht een 32-jarige leraar in Utrecht een appartement van €450.000. Zijn hypotheek bedroeg €400.000 tegen een rente van 3,5%. Dankzij de aftrek betaalde hij netto €1.200 per maand aan hypotheeklasten. Zonder de aftrek zou dat €1.800 zijn geweest. Maar de vraag naar woningen in Utrecht is zo groot dat dezelfde leraar zonder de aftrek waarschijnlijk niet had kunnen meebieden – en het appartement aan een hogere bieder was gegaan.

De AFM waarschuwt in haar Monitor Hypothecair Krediet (2023) dat de hypotheekrenteaftrek de toegankelijkheid van de woningmarkt verder onder druk zet. Vooral starters en huishoudens met lagere inkomens worden uitgesloten, omdat ze niet kunnen concurreren met kopers die dankzij de aftrek meer kunnen lenen.

De vicieuze cirkel van stijgende prijzen

De hypotheekrenteaftrek creëert een zelfversterkend effect. Doordat kopers meer kunnen bieden, stijgen de prijzen. Dat leidt tot hogere hypotheken, en dus tot meer aftrek. In 2023 bedroeg de totale aftrek €12 miljard – een bedrag dat groter is dan het hele budget voor sociale huurwoningen. Terwijl de overheid met de aftrek hoopte de woningmarkt te stimuleren, is het nu een mechanisme dat de kloof tussen arm en rijk vergroot.

Een vergelijking met andere Europese landen maakt het probleem duidelijk. In Denemarken werd de hypotheekrenteaftrek in 2012 beperkt tot 30 jaar en een maximumbedrag van €3.000 per jaar. In Zweden is de aftrek sinds 2016 geleidelijk afgebouwd. Beide landen zagen na de hervormingen een stabilisering van de huizenprijzen. In Nederland blijft de aftrek onbeperkt, zolang de hypotheek maar binnen de kaders van de Wet Hillen valt.

De gevolgen zijn voelbaar in steden als Amsterdam, waar de gemiddelde woningprijs in 2023 uitkwam op €650.000. Voor een starter met een inkomen van €45.000 is dat onbereikbaar, zelfs met de hypotheekrenteaftrek. De gemeente Amsterdam schat dat in 2025 slechts 15% van de starters een woning kan kopen zonder financiële steun van ouders.

De rol van de overheid: tussen stimulans en prijsopdrijver

De hypotheekrenteaftrek is geen statisch instrument. Sinds 2013 zijn er verschillende aanpassingen geweest, zoals de invoering van het Box 1-systeem en de beperking van de aftrek tot 30 jaar. Toch blijft de regeling een van de duurste fiscale voordelen van Nederland. Volgens het ministerie van Financiën kost de aftrek de schatkist jaarlijks €12 miljard – een bedrag dat groter is dan het totale budget voor onderwijs of zorg.

De overheid heeft geprobeerd de regeling te richten op starters en middeninkomens, maar de effecten zijn beperkt. In 2021 werd de tijdelijke verlaging van de hypotheekrenteaftrek geïntroduceerd voor nieuwe hypotheken, maar deze maatregel geldt alleen voor de eerste vijf jaar. Voor bestaande hypotheken blijft de aftrek ongewijzigd. Dat betekent dat de regeling vooral degenen helpt die al een hypotheek hebben – en nieuwe kopers nog verder wegduwt.

Een mogelijke oplossing zou zijn om de aftrek geleidelijk af te bouwen, zoals in Denemarken en Zweden. Maar dat zou een ingrijpende verandering betekenen, met gevolgen voor miljoenen huishoudens. De AFM pleit in haar rapport voor een gefaseerde afbouw van de aftrek, gekoppeld aan een verhoging van de huursubsidie en de bouw van sociale huurwoningen. Maar tot nu toe zijn er geen concrete plannen voor een dergelijke hervorming.

Wat betekent dit voor u?

De hypotheekrenteaftrek is een complex instrument met verstrekkende gevolgen. Voor bestaande eigenaren is het een aantrekkelijk voordeel, maar voor starters en huishoudens met lagere inkomens werkt het als een barrière. Als u overweegt een huis te kopen, is het belangrijk om niet alleen naar de hypotheeklasten te kijken, maar ook naar de impact van de aftrek op de prijs van de woning.

Een rekenvoorbeeld maakt het duidelijk. Stel, u koopt een huis van €500.000 met een hypotheek van €450.000. Zonder de hypotheekrenteaftrek zou uw netto maandlast €2.100 bedragen (bij een rente van 4%). Met de aftrek daalt dat naar €1.400. Maar omdat andere kopers dezelfde berekening maken, stijgt de prijs van het huis naar €550.000. Uw netto maandlast blijft €1.400, maar u betaalt €50.000 meer voor hetzelfde huis.

De les is duidelijk: de hypotheekrenteaftrek maakt huizen duurder dan ze zouden zijn zonder deze regeling. Als u een huis koopt, weeg dan niet alleen de besparing door de aftrek af, maar ook de hogere prijs die u betaalt. En als u een starter bent, overweeg dan of u niet beter af bent met een huurwoning of een goedkopere regio.

De toekomst: afbouwen of behouden?

De discussie over de hypotheekrenteaftrek is niet nieuw, maar de urgentie groeit. Met huizenprijzen die in steden blijven stijgen en starters die steeds vaker buiten de markt vallen, wordt de roep om hervorming luider. De AFM en het CBS pleiten voor een gefaseerde afbouw van de aftrek, gekoppeld aan andere maatregelen zoals het verhogen van de huursubsidie en het versnellen van de woningbouw.

Maar een dergelijke hervorming is politiek gevoelig. Miljoenen huishoudens zijn afhankelijk van de aftrek, en een plotselinge afbouw zou de woningmarkt kunnen ontwrichten. Toch is het duidelijk dat de regeling zoals hij nu bestaat, vooral de bestaande eigenaren helpt – en nieuwe kopers verder wegduwt.

De vraag is niet óf de hypotheekrenteaftrek zal veranderen, maar wanneer. En of de overheid erin slaagt om een hervorming door te voeren die de woningmarkt eerlijker maakt, zonder de stabiliteit van de huizenprijzen in gevaar te brengen.


Bronnen
  • Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) (2024). Woningprijzen per gemeente 1990-2023. cbs.nl
  • Autoriteit Financiële Markten (AFM) (2023). Monitor Hypothecair Krediet 2023. [afm.nl]
  • Ministerie van Financiën (2023). Toelichting Wet Hillen en Box 1. belastingdienst.nl
  • Kadaster (2023). Koopwoningmarktrapport 2023. kadaster.nl

Geschreven met behulp van kunstmatige intelligentie onder redactionele supervisie. Bronnen automatisch geverifieerd. Hoe we werken

Kredit #hypotheekrenteaftrek #stedelijke-huizenmarkt #belastingvoordeel #woningfinanciering

← Terug naar Leningen en herfinanciering

Vergelijk nu gratis

Gratis & vrijblijvend in 2 minuten.