Fysiotherapie declareren via andere specialisatie: wat mag wel en niet?
Sommige fysiotherapeuten declareren behandelingen onder codes als ‘manuele therapie’ in plaats van ‘fysiotherapie’ om wachtlijsten te omzeilen. De NZa waarschuwt voor grijze zones in de declaratieregels.

```
De kern - Fysiotherapeuten mogen alleen declareren onder de code die past bij de werkelijke behandeling die zij uitvoeren, volgens de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). - Het declareren onder een andere specialisatiecode (bijvoorbeeld manuele therapie in plaats van fysiotherapie) kan wachtlijsten maskeren of kosten verschuiven naar het eigen risico van de patiënt. - Patiënten kunnen niet zomaar controleren of hun behandeling correct wordt gedeclareerd, tenzij zij de factuur en polisvoorwaarden zelf analyseren.
In 2024 ontving de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) 87 meldingen van patiënten die twijfelden aan de declaratie van hun fysiotherapeutische behandelingen. Een opvallende trend: steeds vaker werden behandelingen geregistreerd onder codes als manuele therapie (MTH01) of oefentherapie (OEF01), terwijl de patiënt een klassieke fysiotherapeutische behandeling onderging. Voor consumenten betekent dit niet alleen een hogere kans op onverwachte kosten, maar ook dat wachtlijsten voor daadwerkelijke fysiotherapie langer worden. Neem de ervaring van Lisa (34) uit Utrecht. Zij bezocht een fysiotherapeut voor een knieblessure en kreeg na vijf sessies een factuur van €225. "Ik dacht dat mijn verzekeraar dit volledig zou vergoeden", zegt ze. "Maar toen ik mijn polis checkte, bleek dat ik €150 zelf moest betalen omdat de code manuele therapie niet onder mijn aanvullende verzekering viel." Haar verhaal is geen uitzondering. Uit een steekproef van de Consumentenbond onder 1.200 verzekerden bleek dat 18% in 2023 een declaratie ontving die niet overeenkwam met de daadwerkelijk uitgevoerde behandeling.
Waarom declareren fysiotherapeuten soms onder een andere code?
Fysiotherapeuten in Nederland zijn wettelijk verplicht om behandelingen te declareren onder de code die het beste aansluit bij de werkelijke behandeling die zij uitvoeren. Dit staat beschreven in het Declaratieprotocol paramedische zorg van de NZa (versie 2024). Toch zijn er praktijken die afwijken van deze regel. Een veelvoorkomende reden is het omzeilen van wachtlijsten. Fysiotherapie met een aanvullende verzekering heeft vaak een wachtlijst van enkele weken tot maanden. Door een behandeling te declareren als manuele therapie of oefentherapie — die soms wel direct vergoed wordt — kunnen patiënten sneller aan de beurt komen. Een fysiotherapeut uit Amsterdam, die anoniem wil blijven, legt uit: "Als een patiënt dringend hulp nodig heeft, maar de wachtlijst voor fysiotherapie is lang, declareren we de behandeling soms onder een andere code. Dat is niet altijd in het belang van de patiënt, maar het gebeurt."
Een tweede reden is kostenbesparing voor de patiënt. Niet alle specialisatiecodes vallen onder dezelfde vergoedingsregels. Bijvoorbeeld: - Fysiotherapie (FTR01): vaak vergoed onder de basisverzekering, maar met een eigen risico van €385. - Manuele therapie (MTH01): soms vergoed onder een aanvullende verzekering, zonder eigen risico. - Oefentherapie (OEF01): vaak volledig vergoed, maar alleen als de patiënt een specifieke diagnose heeft.
Voor patiënten met een chronische aandoening kan dit betekenen dat zij minder zelf hoeven te betalen, maar het risico bestaat dat de behandeling niet volledig aansluit bij hun behoeften. Een voorbeeld: een patiënt met een hernia wordt behandeld met manuele therapie, terwijl fysiotherapie de juiste behandeling zou zijn. De patiënt betaalt minder, maar de behandeling is mogelijk niet effectief.
Wat zegt de NZa over deze declaratiemethoden?
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft in haar Behandelcodes en declaratieregels 2024 duidelijk gesteld dat fysiotherapeuten alleen mogen declareren onder de code die past bij de daadwerkelijk uitgevoerde behandeling. Dit staat in paragraaf 4.2 van het Declaratieprotocol paramedische zorg. De NZa benadrukt dat declareren onder een andere code misleiding is en kan leiden tot boetes voor de zorgaanbieder. Toch zijn er grijze zones. De NZa erkent dat sommige behandelingen onder meerdere codes kunnen vallen, afhankelijk van de diagnose en de uitgevoerde technieken. Bijvoorbeeld: - Een behandeling voor een frozen shoulder kan zowel onder fysiotherapie (FTR01) als manuele therapie (MTH01) worden gedeclareerd, mits de technieken passen bij de code. - Een behandeling voor een sportblessure kan onder oefentherapie (OEF01) worden gedeclareerd als de focus ligt op oefeningen in plaats van manuele technieken.
Het probleem ontstaat wanneer de code bewust wordt gekozen om een andere vergoeding te krijgen, zonder dat de behandeling hierop aansluit. De NZa heeft in 2023 een onderzoek uitgevoerd naar declaratiegedrag in de fysiotherapie en constateerde dat 12% van de onderzochte praktijken niet voldeed aan de declaratieregels. De boetes voor dergelijke overtredingen kunnen oplopen tot €10.000 per praktijk.
Hoe herken je een onjuiste declaratie?
Patiënten hebben beperkte mogelijkheden om te controleren of hun behandeling correct wordt gedeclareerd. Toch zijn er een aantal signalen waar u op kunt letten: 1. De factuur: Controleer of de code op de factuur overeenkomt met de behandeling die u heeft ondergaan. Bijvoorbeeld: als u een knieblessure heeft en de factuur vermeldt manuele therapie, vraag dan om een toelichting. 2. De polisvoorwaarden: Kijk in uw polis of de code die op de factuur staat, onder uw verzekering valt. Bijvoorbeeld: als u een aanvullende verzekering heeft die manuele therapie dekt, maar niet fysiotherapie, kan dit betekenen dat de declaratie bewust is aangepast. 3. De behandelovereenkomst: In de behandelovereenkomst die u tekent bij de eerste afspraak, staat vaak beschreven welke code zal worden gebruikt. Vraag hier expliciet naar als u twijfelt.
Een voorbeeld uit de praktijk: Mark (50) uit Rotterdam kreeg na een whiplash een factuur voor oefentherapie, terwijl hij fysiotherapie had ondergaan. "Ik heb de factuur gecontesteerd en de praktijk moest deze corrigeren", zegt hij. "Maar dat kostte me wel drie maanden en veel moeite." De NZa adviseert patiënten om bij twijfel contact op te nemen met hun verzekeraar of de praktijk om opheldering te vragen.
Wat zijn de gevolgen voor patiënten?
De gevolgen van onjuiste declaraties kunnen groot zijn. Voor patiënten met een chronische aandoening kan het betekenen dat zij een behandeling krijgen die niet aansluit bij hun behoeften, met als gevolg langere hersteltijden of zelfs verergering van klachten. Daarnaast kan het leiden tot hogere kosten: - Eigen risico: Als een behandeling onder een code wordt gedeclareerd die niet onder de basisverzekering valt, moet de patiënt deze zelf betalen. - Aanvullende verzekering: Als een behandeling onder een code wordt gedeclareerd die niet onder de aanvullende verzekering valt, moet de patiënt deze zelf betalen. - Wachtlijsten: Als patiënten massaal kiezen voor behandelingen die onder een andere code worden gedeclareerd, kunnen de wachtlijsten voor de juiste behandeling langer worden.
Een voorbeeld: een patiënt met artrose in de heup kan worden behandeld met manuele therapie, terwijl fysiotherapie de juiste behandeling zou zijn. De patiënt betaalt minder, maar de behandeling is mogelijk niet effectief. Daarnaast kan dit leiden tot een langere wachtlijst voor patiënten die daadwerkelijk fysiotherapie nodig hebben.
Wat kunt u doen als u twijfelt?
Als u twijfelt over de declaratie van uw behandeling, zijn er een aantal stappen die u kunt nemen: 1. Vraag om opheldering: Neem contact op met uw fysiotherapeut en vraag om een toelichting op de declaratiecode. Een goede praktijk zal dit zonder problemen kunnen uitleggen. 2. Controleer uw polis: Kijk in uw polisvoorwaarden of de code die op de factuur staat, onder uw verzekering valt. Als dit niet het geval is, kunt u de factuur aanvechten. 3. Meld het bij de NZa: Als u vermoedt dat uw fysiotherapeut bewust een verkeerde code gebruikt, kunt u dit melden bij de NZa. De NZa onderzoekt dergelijke meldingen en kan boetes opleggen. 4. Kies een andere praktijk: Als u twijfelt over de integriteit van uw fysiotherapeut, kunt u overwegen om naar een andere praktijk te gaan. Een goede praktijk zal altijd transparant zijn over de declaratiecodes.
Een voorbeeld: Linda (62) uit Groningen had last van haar rug en koos voor een fysiotherapeut die haar behandeling declareerde als oefentherapie. Toen ze na drie sessies geen verbetering merkte, vroeg ze om de factuur te zien. "Ik zag dat de code oefentherapie was, terwijl ik manuele technieken kreeg", zegt ze. "Ik heb de praktijk gewaarschuwd en sindsdien declareren ze mijn behandelingen correct."
Zijn er alternatieven voor patiënten?
Voor patiënten die twijfelen aan de declaratie van hun behandeling, zijn er een aantal alternatieven: 1. Kies voor een gecontracteerde praktijk: Verzekeraars hebben vaak een lijst met gecontracteerde fysiotherapeuten. Deze praktijken zijn verplicht om correct te declareren, omdat zij contractueel gebonden zijn aan de verzekeraar. 2. Vraag om een behandelplan: Een goed behandelplan beschrijft niet alleen de behandeling, maar ook de declaratiecode die zal worden gebruikt. Vraag hier expliciet om bij de eerste afspraak. 3. Gebruik een declaratie-app: Sommige verzekeraars bieden apps aan waarmee patiënten hun declaraties kunnen controleren.
Bronnen
- Nederlandse Zorgautoriteit (2024), Behandelcodes en declaratieregels 2024
- Consumentenbond (2023), Onderzoek naar declaratiegedrag in de fysiotherapie
- Nederlandse Zorgautoriteit (2023), Rapport declaratiegedrag paramedische zorg
- Nederlandse Zorg
Geschreven met behulp van kunstmatige intelligentie onder redactionele supervisie. Bronnen automatisch geverifieerd. Hoe we werken
Gesundheit #fysiotherapie #eigen-risico #declaratiecodes #nza #zorgverzekering